Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019
Onder 5.2. Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565.
De kern van de in de toelichting op het middel gevolgde redenering lijkt mij te zijn dat de bewijsmiddelen 37 t/m 53 zien op het overlijden van [slachtoffer 2] en dat uit “deze” bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat [slachtoffer 2] is overleden als gevolg van de toediening van het middel succinylcholine en dat daaruit evenmin kan worden afgeleid dat de verdachte op enige wijze te maken heeft gehad met het toedienen van de succinylcholine. De steller van het middel ziet er aldus aan voorbij dat de bewezenverklaring niet alleen steunt op de genoemde bewijsmiddelen. Uit Bijlage II van het arrest, die de bewijsmiddelen bevat, blijkt dat de bewijsmiddelen 1 t/m 36 zijn gebezigd: “Ten aanzien van het in zaak A onder I bewezen verklaarde en (in het kader van de schakelbewijsredenering) het in de zaak B onder 1 bewezenverklaarde”. Dit betekent dat het middel grotendeels feitelijke grondslag mist. Zo stuit de klacht dat uit de bewijsmiddelen 37 t/m 53 niet volgt dat de succinylcholine is “ingespoten” af op het feit dat dit onderdeel van de bewezenverklaring mede berust op het schakelbewijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d, en de alinea staat in dat document op bytes 93656 tot 94785.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d | shasum -a 256