Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Onder 5.3. Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565.

Voor het overige geldt dat het middel tevergeefs opkomt tegen gevolgtrekkingen van feitelijke aard die aan het hof zijn voorbehouden en die in cassatie slechts op begrijpelijkheid kunnen worden getoetst. Ik zie dan ook af van een afzonderlijke bespreking van de verschillende deelklachten die in het middel zouden kunnen worden ontwaard en volsta met twee opmerkingen die betrekking hebben op de bewezenverklaarde causaliteit. De eerste is dat, anders dan de steller van het middel lijkt te menen, voor het aannemen van een causaal verband tussen – in dit geval – de aanwezigheid in het lichaam van het middel succinylcholine en het overlijden van het slachtoffer niet vereist is dat een andere doodsoorzaak door – in dit geval – de patholoog en de toxicoloog is uitgesloten. Zie bijvoorbeeld HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4491, waarin aan de redelijke toerekening van de dood aan de gedraging van de verdachte niet in de weg stond dat een licht hartinfarct “als niet meer dan een ‘niet uit te sluiten’ oorzaak is beoordeeld”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d, en de alinea staat in dat document op bytes 94849 tot 95911.