Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Onder 7.3. Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565.

Anders dan de steller van het middel betoogt, getuigt het oordeel van het hof dat sprake is van voorbedachte raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en het is evenmin onbegrijpelijk. Het hof heeft immers door vast te stellen dat de verdachte het slachtoffer [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven heeft beroofd, onmiskenbaar tot uitdrukking gebracht dat de verdachte het besluit heeft genomen [slachtoffer 2] van het leven te beroven en dat hij daadwerkelijk uitvoering aan dit besluit heeft gegeven. Ook ligt in de overwegingen van het hof besloten dat de verdachte gedurende een langere periode heeft gehandeld volgens een vooropgezet plan en onmiskenbare voorbereidingshandelingen ter uitvoering daarvan heeft verricht. Wanneer de verdachte exact het moment gekomen achtte om uitvoering te geven aan zijn vooropgezette plan, is daarbij niet relevant. Het oordeel van het hof dat van enige ogenblikkelijke gemoedsopwelling waarin de verdachte zou hebben gehandeld of andere contra-indicaties die aan het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan, niet is gebleken, is evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d, en de alinea staat in dat document op bytes 107922 tot 109040.