Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Onder 12.3. Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565.

De steller van het middel heeft gelijk voor zover hij stelt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden. Namens de verdachte is op 12 december 2017 cassatieberoep ingesteld. Het dossier is eerst op 18 september 2018 ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Aangezien de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, is de gestelde inzendtermijn van zes maanden overschreden met drie maanden. Daarbij merk ik op dat inmiddels ook de termijn van zestien maanden sinds het instellen van het cassatieberoep is overschreden, zodat dit verzuim niet meer valt te repareren met een voortvarende afdoening door de Hoge Raad. Anders dan de steller van het middel betoogt, kan dit verzuim niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor wat betreft de strafoplegging. Het is – zoals het middel erkent – vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat een levenslange gevangenisstraf zich niet voor vermindering wegens schending van de redelijke termijn leent. De opvatting dat overschrijding van de inzendtermijn moet leiden tot strafvermindering in die zin dat aan de verdachte geen levenslange gevangenisstraf meer kan worden opgelegd, vindt dan ook geen recht in het recht. De Hoge Raad zal dus kunnen volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d, en de alinea staat in dat document op bytes 118672 tot 120030.