Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Onder 14.2. Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565.

Ten aanzien van de eerste deelklacht merkt de steller van het middel op dat de verdediging in de zaak die aanleiding was voor de arresten van de Hoge Raad van 5 juli 2016 en 19 december 2017 inzake levenslange gevangenisstraf, een klacht heeft ingediend bij het EHRM wegens onverenigbaarheid met art. 3 EVRM. Deze klacht wordt door de steller van het middel integraal geciteerd, waarna hij stelt dat de aangehaalde argumenten worden overgenomen voor de onderhavige zaak. Of in zoverre sprake is van een cassatiemiddel dat voldoet aan de daaraan te stellen eisen, laat ik in het midden. Uit de samenvatting die de steller van het middel vervolgens geeft van de aangehaalde argumenten blijkt dat de bezwaren van de steller van het middel erop neerkomen dat de huidige regeling van levenslange gevangenisstraf te weinig zekerheid biedt en dat daartoe het volgende wordt aangevoerd:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d, en de alinea staat in dat document op bytes 131461 tot 132480.