Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Onder 6.2.2 Standpunt van de verdediging Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565.

Ad a. Het toxicologisch onderzoek heeft weliswaar de aanwezigheid van succinylmonocholine - een omzettingsproduct van het geneesmiddel succinylcholine - in het lichaam van [slachtoffer 1] aangetoond, maar dit betekent nog niet dat [slachtoffer 1] daadwerkelijk aan succinylcholine is blootgesteld. De gemeten concentraties succinylmonocholine waren dermate gering, dat het riskant is daaraan verregaande conclusies te verbinden, temeer nu bekend is dat succinylmonocholine ook post mortem in het lichaam kan ontstaan. Bovendien volgt uit de productinformatie ( Summary of product characteristics ) dat ongeveer 10% van de toegediende dosis onveranderd wordt uitgescheiden in de urine. Het feit dat in de urine van [slachtoffer 1] geen sporen van succinylcholine zijn aangetroffen, levert derhalve een sterke aanwijzing op dat hij niet aan die stof is blootgesteld. De afwezigheid van succinylcholine in de urine maakt het zeer waarschijnlijk dat de aanwezigheid van succinylmonocholine op andere plaatsen in het lichaam van [slachtoffer 1] post mortem is ontstaan door micro-organismen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d, en de alinea staat in dat document op bytes 18851 tot 19984.