Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019
Onder 6.2.2 Standpunt van de verdediging Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565.
Ad b. Op de injectiespuit/naald is DNA van de verdachte als ook van [slachtoffer 1] en een derde onbekend gebleven persoon aangetroffen. De verdachte heeft voor het aantreffen van zijn DNA en van zijn vingerafdrukken op de injectiespuit en de (geopende) ampullen een aannemelijke verklaring gegeven, namelijk dat hij na het overlijden de tas met daarin de spullen tijdens het opruimen van de woning aangereikt heeft gekregen, daarin heeft gekeken, schrok van wat hij daarin aantrof en vervolgens de spuiten en ampullen uit de tas heeft gepakt om deze beter te bekijken en ook om de bijsluiter te lezen. Ook voor het voeren van de telefoongesprekken met [getuige] en zijn zoekgedrag op Google heeft de verdachte aannemelijke verklaringen afgelegd. Bij gebrek aan overig concreet bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte bij dit feit, kan niet worden uitgesloten dat [slachtoffer 1] zichzelf het middel succinylcholine heeft toegediend of dat een derde onbekend gebleven persoon hiervoor verantwoordelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d, en de alinea staat in dat document op bytes 22568 tot 23593.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d | shasum -a 256