Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019

Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:598.

Dit feitelijke verschil lijkt mij evenwel beperkt en noopt mijns inziens niet tot een andere uitkomst dan A . Uit A. leid ik af dat het HvJ uitgaat van een ruime uitleg van de tweede alinea van artikel 201(3) CDW, waarbij als douaneschuldenaar worden aangemerkt personen “door wier optreden” de douaneschuld aanvankelijk is vastgesteld volgens onjuiste gegevens. Zoals gezegd (zie onderdeel 4.6) is in cassatie onbestreden dat belanghebbende (middellijk) onjuiste gegevens heeft verstrekt (namelijk in de vorm van onjuiste, voor de douaneaangifte benodigde certificaten) en is zij nauw betrokken geweest bij handelsstromen die zijn opgezet en bedacht met het oog op een te geringe heffing van douanerechten. Die betrokkenheid vormt mijns inziens een optreden waardoor de douaneschuld aanvankelijk is vastgesteld volgens onjuiste gegevens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc19905a44bf42081923804dbbb2e92c81fca63247356022e182bcadb80275b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc19905a44bf42081923804dbbb2e92c81fca63247356022e182bcadb80275b9, en de alinea staat in dat document op bytes 39688 tot 40676.