Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2019

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:602.

Ook voorts zie ik geen reden om in de gegeven omstandigheden de uitleg van het hof van de strekking van het Duitse Kindergeld – als middel om (een deel van) de door de man gemaakte kosten te dekken – onbegrijpelijk te achten in het licht van wat bekend is over de inhoud van het Duitse recht. Ofschoon de cassatierechter geen zelfstandige onderzoeksbevoegdheid naar de inhoud van het buitenlandse recht toekomt, los van hetgeen daarover in feitelijke instanties door partijen is aangevoerd, wijs ik daarbij – ten overvloede – nog op het feit dat het hier een fiscale maatregel betreft in de Duitse wettelijke regeling van de inkomstenbelasting die ofwel door uitkering van Kindergeld wordt bewerkstelligd, ofwel door toekenning van een vrijstellingsbedrag voor de inkomstenbelasting voor inkomstenbelastingplichtigen (§ 31 EStG). Daarbij kan worden gewezen op de – ook door de man in zijn verweerschrift tevens schriftelijke toelichting in cassatie aangehaalde – uitspraak van het Duitse Bundesverwaltungsgericht, waarin als volgt werd overwogen (cursiveringen toegevoegd):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39b85a9404d0384da216f3b377c8b36352cc117b5b604080a5357addc21b939e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39b85a9404d0384da216f3b377c8b36352cc117b5b604080a5357addc21b939e, en de alinea staat in dat document op bytes 53280 tot 54379.