Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:604.

Uitgangspunt van de zojuist genoemde mogelijkheid tot afdoening van de zaak (in geval van bekrachtiging van de deelgeschilbeschikking) is dat een hoger beroep dat op de voet van art. 1019cc lid 3, aanhef en onder a, Rv is ingesteld, heeft te gelden als een tussentijds hoger beroep in de procedure ten principale. Daarom heeft het hof ook bij vernietiging van een deelgeschilbeschikking de bevoegdheid de zaak aan zich te houden (art. 356 Rv). Het is aan zijn beleid overgelaten om de zaak al dan niet terug te wijzen (vgl. HR 24 september 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1073, NJ 1994/299).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a57f95291a3d4128cc896eb7b7f59882f5bb93c183ad87f5baf3dc5ab8cd8cb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a57f95291a3d4128cc896eb7b7f59882f5bb93c183ad87f5baf3dc5ab8cd8cb3, en de alinea staat in dat document op bytes 18431 tot 19030.