Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:604.

Genoemde art. 355 en 356 Rv bevatten een bijzondere regeling voor de gevolgen van bekrachtiging en vernietiging van een tussenvonnis. Bij bekrachtiging van een tussenvonnis dient de appelrechter de zaak terug te wijzen naar de rechter in eerste aanleg, tenzij de in de tweede volzin genoemde omstandigheden zich voordoen (met instemming van partijen zelf afdoen of de procedure in eerste aanleg was in staat van wijzen). Bij vernietiging kan de appelrechter de zaak aan zich houden om deze zelf te beslissen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a57f95291a3d4128cc896eb7b7f59882f5bb93c183ad87f5baf3dc5ab8cd8cb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a57f95291a3d4128cc896eb7b7f59882f5bb93c183ad87f5baf3dc5ab8cd8cb3, en de alinea staat in dat document op bytes 19540 tot 20125.