Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:608.

Wanneer de positieve onderzoeksresultaten uit Howell buiten beschouwing zouden worden gelaten en alleen zou worden gekeken naar de verschillen in samenstelling tussen Howell en EP 138, wordt helemaal voorbij gegaan aan de vraag of sprake is van een fulvestrant-formulering die geschikt is voor de behandeling van borstkanker (vgl. s.t. AstraZeneca onder 7). Dan zou het op te lossen probleem immers zijn het vinden van een (alternatieve) fulvestrant-formulering waarmee 250 mg kan worden opgelost in 5 ml, zoals we hierna in 2.16 nader onder ogen zullen zien. Of die (alternatieve) fulvestrant-formulering dan ook verdraagbaar is en een therapeutisch significante plasmaconcentratie bewerkstelligt gedurende ten minste twee weken na toediening met een intramusculaire injectie doet bij die probleemstelling niet ter zake, terwijl dit van wezenlijk belang is om te kunnen spreken van een fulvestrant-formulering die geschikt is voor de behandeling van borstkanker.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afd44511df1dbea3486543ce20e7c2acfbb45cd890fcb8e775d7f68d3b46447b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afd44511df1dbea3486543ce20e7c2acfbb45cd890fcb8e775d7f68d3b46447b, en de alinea staat in dat document op bytes 74133 tot 75110.