Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:608.

Deze lijn van redeneren is afkomstig uit de rechtspraak van de Technische Kamers van Beroep van het EOB. Om te toetsen of een uitvinding op een technisch gebied als waar we het hier over hebben voor de gemiddelde vakman op de prioriteitsdatum voor de hand ligt, hebben deze Boards of Appeal de maatstaf van een redelijke verwachting van succes (reasonable expectation of success ) geïntroduceerd. Dit houdt in dat een uitvinding niet alleen voor de hand ligt wanneer – uitgaand van de stand van de techniek en geconfronteerd met het objectieve technische probleem – de resultaten van het handelen nodig om te komen tot de uitvinding volstrekt voorspelbaar of zeker zijn, maar ook wanneer er een redelijke verwachting van succes bestaat voor zo’n uitkomst als geclaimd . De gedachte hierachter is dat in deze gevallen de gemiddelde vakman op basis van de stand van de techniek en zijn algemene vakkennis in staat is om een theoretisch voor de hand liggende oplossing voor het probleem te bedenken, maar dat hij tegen technische problemen aanloopt bij de praktische realisatie daarvan of bij het uitvoeren van de nodige testen. Onder dergelijke omstandigheden, aldus de Boards of Appeal , zal de gemiddelde vakman afzien van het realiseren van de praktische realisatie (en is dus sprake van inventiviteit), tenzij hij een redelijke verwachting van succes heeft (in welk geval inventiviteit ontbreekt) .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afd44511df1dbea3486543ce20e7c2acfbb45cd890fcb8e775d7f68d3b46447b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afd44511df1dbea3486543ce20e7c2acfbb45cd890fcb8e775d7f68d3b46447b, en de alinea staat in dat document op bytes 96296 tot 97945.