Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:608.

De toets aan de maatstaf redelijke verwachting van succes wordt echter niet aangelegd, wanneer de praktische realisatie van een op zichzelf voor de hand liggende theorie geen technische moeilijkheden met zich brengt en dat ook geldt voor eventueel uit te voeren testen. De reden hiervoor is dat in dergelijke gevallen de gemiddelde vakman liever zal nagaan of zijn theorie werkt dan dat hij de theorie laat voor wat het is omdat het niet zeker is dat de theorie werkt . Er wordt dan aangenomen dat de gemiddelde vakman een try and see houding aanneemt en dat kan dan inventiviteit ontnemen aan een geclaimde vinding. Dat doet zich niet vaak voor (“in a few cases” aldus Case Law 2016, I.D.7.2 met verdere verwijzingen naar 23tal zaken van de Boards ), bijvoorbeeld als er al een duidelijke groep stoffen of een stof in het vizier is en met routinetesten kan worden uitgemaakt of het gewenste effect optreedt. Het gaat er daarbij om dat de vakman geen gegronde reden zou hebben voor een sceptische houding over het resultaat van een onderzoekslijn. Noodzakelijke testen op mensen leidt niet snel tot een try and see houding (Case Law 2016, I.D.7.2 p. 187 laatste alinea/p. 188 eerste alinea, waar dit gekenschetst wordt als vaste rechtspraak van de Boards ), maar helemaal uitgesloten is dat ook weer niet (hangt van de omstandigheden af) .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afd44511df1dbea3486543ce20e7c2acfbb45cd890fcb8e775d7f68d3b46447b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afd44511df1dbea3486543ce20e7c2acfbb45cd890fcb8e775d7f68d3b46447b, en de alinea staat in dat document op bytes 99522 tot 101142.