Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:627.

De eerste klacht is gericht tegen de voorlaatste volzin van rov. 3.10 (en het slot van rov. 3.7), waar het hof het door de bindend adviseurs genoemde argument weergeeft dat de canon binnen de bandbreedte bleef van de door de partijdeskundigen berekende canonbedragen. Volgens de VvE c.s. is dat geen redengevend argument: dat de uitkomst van de berekening blijft binnen de bandbreedtes van andere berekeningen, zegt op zichzelf niets over de juistheid van die berekening ( onderdeel 2.1.1 ). Bovendien zijn de bindend adviseurs volgens de VvE c.s. juist niet binnen de bandbreedtes van de eerdere taxaties gebleven: daarin werden grondwaarden variërend van € 950.000,- tot € 1.559.286,- genoemd, in plaats van de door de bindend adviseurs gehanteerde grondwaarde van € 1.800.000,- ( onderdeel 2.1.2 ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/322ceec3fd1146f81ec1569fafd432a871e0efc2952cd135c0d16418de70f088. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 322ceec3fd1146f81ec1569fafd432a871e0efc2952cd135c0d16418de70f088, en de alinea staat in dat document op bytes 37487 tot 38419.