Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2019
Onder 3.9.1 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:666.
In de vakliteratuur is stilgestaan bij de vraag of de maatstaven die worden aangelegd bij enerzijds een vordering op de voet van art. 351 Rv tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis door de hogere rechter en anderzijds een vordering in kort geding op de voet van 438 Rv tot schorsing van de executie wezenlijk van elkaar verschillen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3319f5e7a08c04d305ddc35fd9d83dc6a1dc9846967b79101b1d8b5f387d29b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3319f5e7a08c04d305ddc35fd9d83dc6a1dc9846967b79101b1d8b5f387d29b, en de alinea staat in dat document op bytes 59286 tot 59681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3319f5e7a08c04d305ddc35fd9d83dc6a1dc9846967b79101b1d8b5f387d29b | shasum -a 256