Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:686.

Voor zover door de raadsman (en verdachte) is aangevoerd dat het rapport van Otten niet voor het bewijs mag worden gebruikt, omdat – kort gezegd – de statistische onderbouwing onvoldoende helder is en niet afdoende onderbouwd is, passeert het hof het verweer. Otten kan, wat er ook zij van de statistische stellingen en aannames in zijn rapport, als biofysicus, bewegingsdeskundige en expert op het gebied van lopen, menselijke bewegingspatronen waarnemen, vergelijken en duiden. Het hof zal voor het bewijs geen gebruik maken van het als uitkomst van het onderzoek gepresenteerde percentage van de kans dat dader en verdachte identiek zijn, maar wel van de waarneming van deze deskundige — zakelijk weergegeven – inhoudende dat de persoon op de beelden van de afpersing bij de Albert Heijn op 11 januari 2014 eenzelfde looppatroon heeft als verdachte, en dat dit looppatroon op zeven van de negen kenmerken afwijkt van het normale looppatroon, alsmede de vaststelling door de deskundige dat een overstrekte rechter knie en een asymmetrische lift staande op het linker been weinig voorkomt, welke twee karakteristieken verdachte in een bijzondere hoek plaatsen van de looppatronen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae56e06c0cdb13a22298e5120df731690061324b12a37fc3783aac07bf54dc2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae56e06c0cdb13a22298e5120df731690061324b12a37fc3783aac07bf54dc2d, en de alinea staat in dat document op bytes 23647 tot 24978.