Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:686.

20. Wat daarvan ook zij, het komt mij voor dat het op de weg van de verdediging had gelegen om, voor zover naar het oordeel van de verdediging de verklaring van de benadeelde partij de grondslag voor de vordering van de benadeelde partij zou hebben weggeslagen, zulks in feitelijke aanleg naar voren te brengen en daarop gericht verweer te voeren. Dat is niet gebeurd. Bij deze stand van zaken is het kennelijke oordeel van het hof dat de vordering van de benadeelde partij niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt niet onbegrijpelijk en behoefde dat impliciete oordeel evenmin nader te worden gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae56e06c0cdb13a22298e5120df731690061324b12a37fc3783aac07bf54dc2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae56e06c0cdb13a22298e5120df731690061324b12a37fc3783aac07bf54dc2d, en de alinea staat in dat document op bytes 38995 tot 39614.