Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:689.

Wat betreft de klachten valt naar mijn mening, anders dan in het middel (p.i. onder 8) en in de s.t. (onder 4 e.v.) wordt betoogd, noch uit (de omzetting van) het oude recht (art. 690 en 691 BW (oud) ) noch uit het systeem van de huidige wet (het standpunt van de wetgever over een muur van open stenen ; de implicaties voor bevrijdende verjaring van de vordering ex art. 5:42 BW) af te leiden dat de eigenaar van een erf bij de uitoefening van zijn bevoegdheid ex art. 5:49 BW rekening moet houden met de omstandigheid dat op de erfgrens reeds een afscheiding staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d, en de alinea staat in dat document op bytes 56741 tot 57486.