Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:689.

In de zaak die leidde tot het vonnis van Rechtbank Rotterdam van 13 april 2016 werden de percelen van partijen gescheiden door een hekwerk van palen en rasterwek, begroeid met klimop. Eiser vorderde van gedaagde zijn medewerking te verlenen tot het oprichten van een ondoorzichtige schutting op de voet van art. 5:49 BW, daaronder begrepen verwijdering van het klimophekwerk. Gedaagde verzette zich op de grond dat de ratio van art. 5:49 BW is gelegen in de privacy en dat die privacy voldoende werd gewaarborgd door het aanwezige hekwerk met klimop. De rechtbank wees de vordering niet zonder meer toe, maar ging in op het privacy-verweer. Zij verwierp dit echter op de grond dat zich in het verleden incidenten hadden voorgedaan over de wijze van onderhoud, waarbij punt van discussie was of het hekwerk voldoende ondoorzichtig was en of voor het onderhoud het belendende perceel moest worden betreden. Nu er in deze omstandigheden niet vanuit kon worden gegaan dat de privacy van partijen voldoende was gewaarborgd door het hekwerk met klimop, werd de vordering tot medewerking van gedaagde aan de oprichting van een schutting toewijsbaar geoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d, en de alinea staat in dat document op bytes 58560 tot 59790.