Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:689.
Van Velten stelt zich op het standpunt dat een beroep op art. 5:49 BW niet mogelijk is indien er reeds een gemeenschappelijke heg staat, omdat dit een mandelige zaak betreft (art. 5:62 BW) waarover beide buren tezamen moeten beslissen. Hij verwijst in dit verband naar een uitspraak van de Kantonrechter Zaandam. Deze overwoog dat een op art. 5:49 BW gebaseerde vordering tot een bijdrage in de kosten van een geplaatste schutting een reële kans van slagen zou hebben gehad, ware het niet dat sprake was van eigenrichting (door sloop van de aanwezige heg en plaatsing van de schutting tegen de uitdrukkelijke wil van de buurman) en de bestaande heg gemeenschappelijk was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d, en de alinea staat in dat document op bytes 59870 tot 60685.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d | shasum -a 256