Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019
Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:689.
Met [eisers] meen ik dat indien zich ten tijde van het instellen van een vordering op de voet van art. 5:49 BW op de erfgrens reeds een mandelige erfscheiding bevindt, aan die feitelijke en juridische omstandigheid niet voorbij kan worden gegaan. De vraag is tot welke maatstaf dit moet leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d, en de alinea staat in dat document op bytes 60765 tot 61073.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d | shasum -a 256