Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:689.

Wanneer het mandelige karakter van de bestaande afscheiding tot uitgangspunt wordt genomen, brengt art. 5:65 BW mee dat vervanging van die afscheiding door een scheidsmuur als bedoeld in art. 5:49 BW naar objectieve maatstaven noodzakelijk moet zijn. Tezelfdertijd moet die vervanging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kunnen worden verlangd (art. 3:166 jo. art. 6:2 lid 1 BW). Ik zou menen dat bij de invulling van die maatstaven primair te rade moet worden gegaan bij de ratio van art. 5:49 BW, te weten privacybescherming. Dit brengt mee dat bij de beoordeling van een vordering op de voet van art. 5:49 BW moet worden getoetst of het verwijderen van de bestaande afscheiding en het plaatsen van de gewenste afscheiding uit een oogpunt van privacy noodzakelijk is en ook overigens in redelijkheid kan worden verlangd. Dit zou onder omstandigheden kunnen meebrengen, zo dunkt mij, dat het bestaan van een blijvend ondoorzichtige haag c.q. beplanting, ofschoon deze niet kwalificeert als scheidsmuur in de zin van art. 5:43 BW, toch in de weg staat aan toewijzing van een vordering tot oprichting van een schutting. Per slot van rekening zou ook geen bezwaar bestaan tegen een dergelijke afscheiding op grond van verordening of gewoonte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d, en de alinea staat in dat document op bytes 61153 tot 62674.