Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Onder 1.5 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:689.

Bij vonnis van 30 maart 2016 heeft de rechtbank Limburg geoordeeld dat de strook grond gelegen tussen de kadastrale erfgrens en het midden van de coniferenhaag door verjaring op de voet van art. 3:105 BW eigendom is geworden van [eisers] (rov. 4.1.3.1 e.v.), hetgeen betekent dat de coniferenhaag op de juridische erfgrens staat en mandelig is (art. 5:62 BW), zodat geen sprake is van een onrechtmatige toestand. Daarom is de vordering sub (I) tot verwijdering van de coniferenhaag afgewezen (rov. 4.1.3.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d, en de alinea staat in dat document op bytes 9858 tot 10443.