Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Onder 1.9 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:689.

Uit de door het hof aangehaalde parlementaire geschiedenis kan niet worden afgeleid dat een beperking van de bevoegdheid van art. 5:49 lid 1 BW is beoogd in het geval van mandelige beplanting die geruime tijd dienst heeft gedaan als erfscheiding. Uit art 5:48 BW en art. 5:49 lid 1 BW, bezien in het licht van de parlementaire geschiedenis, blijkt dat de rechten van de andere eigenaar uit hoofde van mandeligheid en meer in het algemeen als deelgenoot niet in de weg kunnen staan aan de uitoefening van de bevoegdheid medewerking te verlangen aan het oprichten van een scheidsmuur. Uit de parlementaire geschiedenis van art. 5:65 BW kan geen bevoegdheid van een deelgenoot worden afgeleid om zich te verzetten tegen de wens van de andere deelgenoot om de mandelige zaak (beplanting) te verwijderen en een scheidsmuur op te richten. Onder ‘muur’ wordt verstaan iedere van een daartoe geschikte stof vervaardigde, ondoorzichtige afsluiting (art. 5:43 BW). In de parlementaire geschiedenis van art. 5:43 BW worden als voorbeeld van materiaal niet hagen, coniferen of andere beplanting genoemd. Verder is daarin het belang van de door de eigenaar van een perceel verlangde privacy genoemd (rov. 3.10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d, en de alinea staat in dat document op bytes 14223 tot 15440.