Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:689.
Onderdeel 1 stelt naar de kern genomen dan ook de vraag aan de orde of art. 5:49 lid 1 BW (afgezien van misbruik van bevoegdheid of een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar beroep) onverkort van toepassing in ieder geval waarin een scheidsmuur in de zin van die bepaling ontbreekt – dus ook indien wel een erfscheiding aanwezig is maar deze niet als scheidsmuur kwalificeert –, of dat de bevoegdheid tot het vorderen van medewerking aan het oprichten van een scheidsmuur op de voet van art. 5:49 lid 1 BW mede wordt bepaald (beperkt) door de eventuele aanwezigheid van een bestaande, zij het niet als scheidsmuur kwalificerende mandelige erfscheiding. Dit roept onder meer de vraag op hoe de bepaling van art. 5:49 lid 1 BW zich verhoudt tot de bepalingen betreffende mandeligheid en gemeenschap. Daartoe volgt hier eerst een schets van het juridisch kader.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d, en de alinea staat in dat document op bytes 26316 tot 27282.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfa3cf4926e8a5c2930feb7839ff60fb06fa64304ac7efad4f88e65646b7a96d | shasum -a 256