Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019

Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:697.

42. Dat de verdachte zich (in meer of mindere mate) bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de vier xtc-pillen, heeft het hof kennelijk afgeleid uit de ervaringsregel dat een persoon die reeds gedurende langere tijd de hoofdbewoner van een woning is en tot alle in de woning aanwezige ruimten toegang heeft, geacht wordt weet te hebben van de aanwezigheid van de aldaar aangetroffen voorwerpen en stoffen. Voor het bewijs dat de verdachte wetenschap draagt dat zich in zijn machtssfeer drugs bevinden, bedient de rechter zich vaker van algemene ervaringsregels. Op zichzelf hoeft daartegen geen overwegend bezwaar te bestaan. Naar het mij voorkomt zal echter wel ertegen moeten worden gewaakt dat een gebrek aan wettige bewijsmiddelen waaruit het opzet kan worden afgeleid, wordt ondervangen door middel van ervaringsregels waarvan moet worden betwijfeld of zij in genoeg gevallen opgaan om daarop zonder meer steevast te mogen vertrouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee55af5c94a58fa67cf8b0dcf51eecfb66bdb6094e2f10aabb8e1111c2352271. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee55af5c94a58fa67cf8b0dcf51eecfb66bdb6094e2f10aabb8e1111c2352271, en de alinea staat in dat document op bytes 77709 tot 78735.