Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019
Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:697.
45. Ik meen dat de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de aanwezigheid van de xtc-pillen niet uit de door het hof gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid. Goed voorstelbaar in een geval als het onderhavige is immers dat slechts één van de bewoners van de hier bedoelde woning de vier xtc-pillen in het keukenkastje heeft gelegd en aldus wetenschap droeg van de aanwezigheid daarvan. Dat ook de andere bewoner daarvan wetenschap droeg, kan echter uit de vaststellingen van het hof niet blijken. Zo heeft het hof niets vastgesteld over de duur van de aanwezigheid van de xtc-pillen in het keukenkastje en evenmin of zij daarin voor eenieder zichtbaar lagen dan wel ook in dat kastje (nog verder) aan het zicht waren onttrokken. Voorts heeft het hof niets vastgesteld over de andere in het kastje aangetroffen (gebruiks)voorwerpen en dus ook niet of iedere bewoner geacht kan worden met een zekere regelmaat in dat keukenkastje te hebben gekeken. Het betreft bovendien een kleine hoeveelheid van een verboden middel waarvan de geur niet voor een ieder (onmiddellijk) herkenbaar is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee55af5c94a58fa67cf8b0dcf51eecfb66bdb6094e2f10aabb8e1111c2352271. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee55af5c94a58fa67cf8b0dcf51eecfb66bdb6094e2f10aabb8e1111c2352271, en de alinea staat in dat document op bytes 81450 tot 82619.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee55af5c94a58fa67cf8b0dcf51eecfb66bdb6094e2f10aabb8e1111c2352271 | shasum -a 256