Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019
Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:697.
47. Dat het juist de verdachte – en dus niet de medeverdachte – moet zijn geweest die de vier xtc-pillen opzettelijk aanwezig heeft gehad, volgt echter niet uit de bewijsvoering. De gebezigde wettige bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen houden niets in waaruit ter zake enige bewustheid van de verdachte kan blijken. Uit de nadere bewijsoverwegingen van het hof in de zaken tegen de verdachte en de medeverdachte in samenhang bezien, kan slechts worden afgeleid dat de verdachte op het adres langere tijd woonde dan zijn medeverdachte. Die enkele omstandigheid lijkt mij voor het bewijs dat het de verdachte moet zijn geweest die van de aanwezigheid van de drugs wetenschap droeg echter niet zonder meer voldoende, waarbij ik in aanmerking neem dat – naar het hof heeft vastgesteld – ook de medeverdachte reeds een kleine twee jaar woonde in de bedoelde woning in [woonplaats] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee55af5c94a58fa67cf8b0dcf51eecfb66bdb6094e2f10aabb8e1111c2352271. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee55af5c94a58fa67cf8b0dcf51eecfb66bdb6094e2f10aabb8e1111c2352271, en de alinea staat in dat document op bytes 82928 tot 83901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee55af5c94a58fa67cf8b0dcf51eecfb66bdb6094e2f10aabb8e1111c2352271 | shasum -a 256