Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019
Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:702.
Als de indiener van het bezwaar echter na een ingebrekestelling nog ex artikel 6:6 van de Awb in de gelegenheid moet worden gesteld een verzuim te herstellen en/of ex artikel 7:2 van de Awb moet worden gehoord, zal de termijn van twee weken in de praktijk niet zelden (veel) te kort zijn. Van een reële laatste kans voor het bestuursorgaan om alsnog volgens de regelen der formele kunst te beslissen zonder een dwangsom te verbeuren, is dan in feite geen sprake. Het bestuursorgaan kan een dwangsom en/of een proceskostenvergoeding redelijkerwijs slechts ontlopen door het bezwaar dan snel af te handelen, maar dat kan in strijd komen met de te betrachten materiële zorgvuldigheid. Zo is nu eenmaal het wettelijke stelsel. De te goeder trouw zijnde burger mag daarop vertrouwen, ook waar het gaat om dwangsommen en proceskostenvergoedingen. Onvoldoende voor het mogen aannemen van misbruik van procesrecht is een min of meer overmatig beroep op door de overheid geboden faciliteiten in het algemeen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae, en de alinea staat in dat document op bytes 100410 tot 101616.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae | shasum -a 256