Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019

Onder 5.9 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:702.

Hierbij dient te worden bedacht dat, anders dan in de vele Wob-zaken waarover de Afdeling heeft beslist, een fiscale procedure niet volgt op een aanvraag die te kwader trouw is gedaan. Klassiek gezegd: een materiële belastingschuld ontstaat uit de wet en door ’s mensen toedoen. Het opleggen van een aanslag doet een bestuursorgaan (de inspecteur of de heffingsambtenaar) uit eigen beweging: een belastingaangifte is geen aanvraag tot een beschikking (belastingaanslag). Nog daargelaten dat parkeerbelasting gewoonlijk bij wijze van voldoening op aangifte wordt geheven. Daarop volgen de rechtsmiddelen van bezwaar en beroep. Die zijn zwaarwegend, maar kunnen om zwaarder wegende redenen, onder omstandigheden, afstuiten op misbruik van processuele bevoegdheden, zodat niet meer kan worden toegekomen aan inhoudelijke rechtsbescherming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae, en de alinea staat in dat document op bytes 106445 tot 107298.