Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019
Onder 2.3.3. Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:702.
Indien de rechtbank of het hof tot het oordeel komt dat de inspecteur in de bezwaarfase de belanghebbende niet (op de juiste wijze) heeft gehoord alvorens uitspraak op bezwaar te doen, kan de rechtbank of het hof in de uitspraak met toepassing van artikel 6:22 Awb aan dat verzuim voorbijgaan mits de belanghebbende daardoor niet is benadeeld. Van een dergelijke benadeling zal in de regel geen sprake zijn wanneer het verzuim is hersteld doordat de belanghebbende zijn bezwaren in beroep en in hoger beroep schriftelijk heeft kunnen uiteenzetten en mondeling heeft kunnen toelichten, omtrent de van belang zijnde feiten en de waardering daarvan tussen de inspecteur en de belanghebbende (uiteindelijk) geen verschil van mening bestaat, en het geschil betrekking heeft op een aangelegenheid waarbij de inspecteur geen beleidsvrijheid toekomt (vgl. HR 18 april 2003, nr. 37790, ECLI:NL:HR:2003:AF7495, BNB 2003/267, en HR 20 mei 2005, nr. 39816, ECLI:NL:HR:2005:AT5894, BNB 2005/300).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae, en de alinea staat in dat document op bytes 113406 tot 114402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae | shasum -a 256