Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:702.

12. Op het eerste gezicht stelt de Afdeling bestuursrechtspraak hoge eisen aan de conclusie dat een belanghebbende misbruik van procesrecht maakt. Het moet namelijk blijken dat sprake is van kwade trouw bij de eisende partij. Er mag dus slechts worden geconcludeerd dat een eisende partij misbruik van procesrecht maakt, als buiten redelijke twijfel staat dat zij bewust procedeert (1) zonder redelijk doel of (2) met een ander doel dan waarvoor procederen is bedoeld. Bovendien is het aantal verzoeken, bezwaren en beroepen op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat een eisende partij de bevoegdheid tot procederen bij de bestuursrechter misbruikt. Het enkele feit dat het gedrag van een eisende partij het bestuur en/of de rechter veel werk (heeft) veroorzaakt, vormt dus geen geldige reden om de betrokken partij de toegang tot rechtsbescherming te ontzeggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4e5f60641ed1e1650a04bc5d8d4f0294fe3741558200a2a48bbda313e00e1ae, en de alinea staat in dat document op bytes 49889 tot 50768.