Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019
Onder 1.8 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:704.
Ad (iii): het belang van het APV-regime voor de transparantierechtspraak ontgaat mij. Belanghebbendes probleem is niet dat haar vermogen afgescheiden is van een (ander) particulier vermogen, maar juist dat haar vermogen civielrechtelijk niet voldoende is afgescheiden van het vermogen van haar oprichter om haar fiscaalrechtelijk als genieter van het dividend aan te merken. De transparantie-jurisprudentie staat mijns inziens los van het APV-regime, dat ‘zwevend vermogen’ wil vangen dat niet aan een persoon toerekenbaar is. De transparantiejurisprudentie daarentegen gaat juist over de keuze tussen twee wél in aanmerking komende personen en ziet daarmee op een terrein (toerekenbaarheid) waar het APV-regime (niet-toerekenbaarheid) juist niet op ziet. Het APV-regime is overigens niet van toepassing voor de dividendbelasting, daargelaten een hier niet relevante uitzondering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4170f71676b797ee09474babf3fc552b7a3ff85408f57091cc861eda3fa4a6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4170f71676b797ee09474babf3fc552b7a3ff85408f57091cc861eda3fa4a6e, en de alinea staat in dat document op bytes 21171 tot 22139.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4170f71676b797ee09474babf3fc552b7a3ff85408f57091cc861eda3fa4a6e | shasum -a 256