Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:704.

De belanghebbende acht onjuist het oordeel dat zij niet uiteindelijk gerechtigd is tot het vermogen omdat een derde ( [B] ) over haar vermogen kan beschikken als ware het diens eigen vermogen. Het hof heeft ten onrechte (i) haar rechtspersoonlijkheid genegeerd; (ii) haar oprichter als genieter van het dividend beschouwd enkel omdat hij het in zijn macht heeft haar vermogen naar privé over te hevelen; (iii) de stelling verworpen dat door het APV-regime uw transparantierechtspraak is achterhaald, (iv) een uiteindelijk-gerechtigde-begrip gebruikt dat niet strookt met dat van het HvJ EU in de zaken C-115/16, C-118/16, C-119/16 en C-299/16 ( Z Denmark ApS e.a ) en C-116/16 en C-117/16 ( T Danmark e.a. ), nu de belanghebbende stellig geen doorstroomvennootschap is, en (v) aangenomen dat de transparantierechtspraak ook zou gelden voor de vennootschapsbelasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4170f71676b797ee09474babf3fc552b7a3ff85408f57091cc861eda3fa4a6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4170f71676b797ee09474babf3fc552b7a3ff85408f57091cc861eda3fa4a6e, en de alinea staat in dat document op bytes 44512 tot 45459.