Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:708.

Hof Den Bosch stelde voorop dat de inspecteur bij het vaststellen van een aanslag mocht uitgaan van de juistheid van de gegevens die een belastingplichtige bij zijn aangifte had verstrekt tenzij hij aan de inhoud in redelijkheid behoorde te twijfelen. Voor twijfel was geen aanleiding als de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist waren. Het Hof verwees hiervoor naar drie arresten van de Hoge Raad van 12 maart 2010 (…), 16 april 2010 (…) en 31 mei 2013 (…). Het Hof besliste dat de inspecteur weliswaar bekend was met het overlijden van de erflater en het feit dat hij een a.b. hield, maar dat er geen reden was om te twijfelen aan de juistheid van de aangifte. De niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat geen sprake was van inkomen uit a.b., bijvoorbeeld omdat gebruik zou zijn gemaakt of nog zou worden gemaakt van de doorschuiffaciliteit van artikel 4.17a Wet IB 2001 en het was niet uitgesloten dat de waarde in het economisch verkeer niet hoger was dan de verkrijgingsprijs en om die reden geen sprake was van inkomen uit a.b. Dat de aangifte IB geautomatiseerd was afgehandeld, betekende volgens het Hof niet dat deze aangifte niet was beoordeeld. Op basis van de inhoud van de aangifte werd geautomatiseerd beoordeeld of aan de juistheid van enig in de aangifte opgenomen gegeven in redelijkheid moest worden getwijfeld. Ook als de aangifte handmatig zou zijn beoordeeld, zou de desbetreffende controlemedewerker niet in redelijkheid aan de juistheid van enig in de aangifte opgenomen gegeven hoeven twijfelen, omdat de doorschuiffaciliteit toegepast kon zijn, of dat er - door de waarde in het economisch verkeer - geen sprake was van inkomen uit a.b. Het Hof besliste verder dat de inspecteur het dossier van A niet bij de inspecteur voor de erfbelasting had hoeven raadplegen. Volgens het Hof had de inspecteur pas na ontvangst van de gegevens van de inspecteur erfbelasting voor het eerst kennis genomen van het feit dat voor de heffing van erfbelasting geen beroep was gedaan op de BOF en dat er voor de IB mogelijk sprake was van inkomen uit a.b. Het Hof besliste dat geen sprake was van een ambtelijk verzuim en verklaarde het hoger beroep van de erven ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3355c429fa5041081311d5a9931fd5ebdd3745eafb880be256b7e32099499e27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3355c429fa5041081311d5a9931fd5ebdd3745eafb880be256b7e32099499e27, en de alinea staat in dat document op bytes 58077 tot 60335.