Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Onder 7.10. Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:708.

Volledigheidshave wordt met betrekking tot het argument van de Inspecteur dat de waarde in het economisch verkeer van de aanmerkelijke belangaandelen niet hoger behoefde te zijn dan de verkrijgingsprijs, nog het volgende overwogen. Een lagere waarde in het economisch verkeer dan de verkrijgingsprijs van de aandelen heeft een negatief vervreemdingsvoordeel tot gevolg dat in beginsel door belanghebbende in toekomstige jaren kan worden benut. Slechts in het geval de waarde in het economisch verkeer en de verkrijgingsprijs aan elkaar gelijk zijn, zou er geen reden zijn geweest om een vervreemdingsvoordeel (in algebraïsche zin) op te nemen in de aangifte; dit zou immers nihil zijn geweest. De kans dat het vervreemdingsvoordeel op nihil zou uitkomen, is te verwaarlozen en is om die reden onvoldoende grond om aan te nemen dat de ingediende aangifte juist zou zijn, los van het feit dat de Inspecteur gezien de specifieke omstandigheden reeds gehouden was tot nader onderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3355c429fa5041081311d5a9931fd5ebdd3745eafb880be256b7e32099499e27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3355c429fa5041081311d5a9931fd5ebdd3745eafb880be256b7e32099499e27, en de alinea staat in dat document op bytes 26086 tot 27080.