Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:708.

In artikel 4.16, eerste lid, onder e, van de Wet IB 2001 wordt de overgang van aanmerkelijkbelangaandelen onder algemene titel en krachtens erfrecht onder bijzondere titel als (fictieve) vervreemding daarvan aangemerkt. Met andere woorden, onder meer als een houder van een aanmerkelijk belang overlijdt, vervreemdt hij zijn of haar aanmerkelijk belang bij fictie. Een eventueel verschil tussen de waarde en de verkrijgingsprijs van de aandelen is dan, in beginsel, in box 2 belast. Fiscale partners mogen dit inkomen op grond van artikel 2.17 van de Wet IB 2001 onderling vrijelijk toerekenen, omdat sprake is van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel, tenminste als wordt geopteerd voor het voljaarspartnerschap (lid 5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3355c429fa5041081311d5a9931fd5ebdd3745eafb880be256b7e32099499e27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3355c429fa5041081311d5a9931fd5ebdd3745eafb880be256b7e32099499e27, en de alinea staat in dat document op bytes 29189 tot 29928.