Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Onder 4.4.2. Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:708.

Vast staat dat belanghebbende zelf geen aandeelhouder was in [X] B.V. - de vennootschap van haar echtgenoot -, maar dat de huwelijksgemeenschap voor haar resulteerde tot het hebben van een aanmerkelijk belang in die vennootschap. Het Hof stelt vast dat zowel in de aangifte van belanghebbende (zie onder 2.2.) als in de aangifte van haar echtgenoot – die ook tot de gedingstukken behoort – melding wordt gemaakt van het aanmerkelijk belang in [X] B.V. In beide aangiften was geen inkomen uit het aanmerkelijk belang aangegeven. Verder leidt het Hof uit de aangifte van belanghebbende af dat de vermelding van het aanmerkelijk belang verband houdt met de omstandigheid dat het inkomen uit aanmerkelijk belang een niet-verzelfstandigd inkomensbestanddeel is dat tussen de beide echtgenoten kan worden verdeeld. Dit laatste kan worden opgemaakt uit onderdeel i van vraag 18 (zie onder 2.2) van de ingediende aangifte, waarin opgave wordt gevraagd van: “Deel van het voordeel uit aanmerkelijk belang dat u aan uzelf toerekent”. Omdat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag niet bekend was met de omstandigheid dat tussen belanghebbende en haar echtgenoot een huwelijksgemeenschap bestond, kon de vermelding van het aanmerkelijk belang in de aangifte betekenen dat belanghebbende een aanmerkelijk belang had, maar kon dat evengoed het geval zijn voor haar echtgenoot, die het aanmerkelijk belang immers ook in zijn aangifte had vermeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3355c429fa5041081311d5a9931fd5ebdd3745eafb880be256b7e32099499e27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3355c429fa5041081311d5a9931fd5ebdd3745eafb880be256b7e32099499e27, en de alinea staat in dat document op bytes 50195 tot 51657.