Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:779.
Ik kom tot de slotsom dat een concrete rechtvaardigingstoetsing moet plaatsvinden bij de beoordeling van de vraag of het verzuim vooraf niet te horen beantwoordt aan doelstellingen van algemeen belang, en wel op de gronden die zijn uiteengezet in onderdeel 7 van de gemeenschappelijke bijlage. Het Hof is niet uitgegaan van een concrete toets, maar van een abstracte toetsing door te oordelen dat beschikkingen in de omzetbelasting altijd beantwoorden aan dergelijke doelstellingen. Mijns inziens klaagt middel II terecht dat het Hof aldus is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Met belanghebbende meen ik dat het Hof had moeten nagaan of omstandigheden bestaan die in het individuele geval rechtvaardigen dat hem een termijn van slechts één werkdag is gegeven te reageren op het voornemen de naheffingsaanslag op te leggen. De bewijslast voor het bestaan van die omstandigheden rust op de Inspecteur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cdafeea90e61ef1b14cb397c873395361cd2080a52f84c9646e0cd5643739f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cdafeea90e61ef1b14cb397c873395361cd2080a52f84c9646e0cd5643739f1, en de alinea staat in dat document op bytes 21384 tot 22308.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0cdafeea90e61ef1b14cb397c873395361cd2080a52f84c9646e0cd5643739f1 | shasum -a 256