Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:779.
Gelet op deze correspondentie tussen de Inspecteur en belanghebbende, valt niet zonder meer in te zien dat de Inspecteur het boekenonderzoek niet eerder heeft kunnen afronden dan 27 november 2015 uitsluitend als gevolg van de beantwoording door belanghebbende van diens vragen. Als wordt uitgegaan van een concrete toetsing, dan rust op de Inspecteur de last aannemelijk te maken dat individuele omstandigheden ertoe hebben genoopt belanghebbende een reactietermijn van slechts één werkdag te geven alvorens de naheffingsaanslag (tijdig) vast te stellen. Maar blijkens deze correspondentie van de Inspecteur heeft het boekenonderzoek in elk geval in de periode tussen 16 december 2014 en 18 juni 2015 voortgeduurd als gevolg van omstandigheden die – althans naar diens zeggen – aan hem zijn toe te rekenen. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, meen ik dan ook dat onbegrijpelijk is dat het Hof heeft geoordeeld dat het met dit onderzoek gemoeide tijdsverloop niet aan de Inspecteur valt toe te rekenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cdafeea90e61ef1b14cb397c873395361cd2080a52f84c9646e0cd5643739f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cdafeea90e61ef1b14cb397c873395361cd2080a52f84c9646e0cd5643739f1, en de alinea staat in dat document op bytes 24560 tot 25620.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0cdafeea90e61ef1b14cb397c873395361cd2080a52f84c9646e0cd5643739f1 | shasum -a 256