Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:779.
Zie ik het goed, dan heeft het Hof daarmee als oordeel tot uitdrukking gebracht dat zich (toch) geen beperking van het recht om te worden gehoord voordoet wanneer de Inspecteur belanghebbende een termijn gunt van drie dagen (waarvan slechts één werkdag) voor een reactie op de voorgenomen naheffingsaanslag. Dit oordeel staat op gespannen voet met het impliciete oordeel waarvan het Hof uitgaat bij de beoordeling of dezelfde (zeer) korte reactietermijn resulteert in een schending van dat recht. Dit impliciete oordeel houdt in dat het Hof een beperking van datzelfde recht ziet in diezelfde reactietermijn (zie onderdeel 2.5). Dit impliciete oordeel is overigens goed te volgen: hoewel belanghebbende vragen heeft beantwoord en opmerkingen heeft gemaakt (of kunnen maken) tijdens het boekenonderzoek, heeft hij vermoedelijk eerst kennis kunnen nemen van de standpunten van de Inspecteur (en daarop kunnen reageren) na ontvangst van het conceptcontrolerapport, dat hem is toegezonden samen met de naheffingsaanslag. Het ligt dan wel in de rede, zoals het Hof impliciet heeft geoordeeld, dat een reactietermijn van drie dagen (waarvan één werkdag) het recht om te worden gehoord onvoldoende eerbiedigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cdafeea90e61ef1b14cb397c873395361cd2080a52f84c9646e0cd5643739f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cdafeea90e61ef1b14cb397c873395361cd2080a52f84c9646e0cd5643739f1, en de alinea staat in dat document op bytes 27075 tot 28294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0cdafeea90e61ef1b14cb397c873395361cd2080a52f84c9646e0cd5643739f1 | shasum -a 256