Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:780.

Worden de bewoordingen van punt 52 eenduidiger door de daaropvolgende overwegingen van Prequ’ Italia daarbij te betrekken? Ik vrees van niet. De verwijzende rechter stelt de vraag of niet vooraf horen het verdedigingsbeginsel schendt als administratief beroep niet automatisch voorziet in opschorting van de tenuitvoerlegging van de naheffingsaanslagen (ook wel, kort gezegd, betalingsuitstel). Het HvJ beantwoordt deze vraag door het oordeel in Kamino en Datema te herhalen dat dit beginsel niet vereist dat bezwaar of administratief beroep automatisch leidt tot betalingsuitstel. In Prequ’ Italia voegt het HvJ daaraan toe dat de nationale bezwaarprocedure de volle werking van het Unierecht heeft te waarborgen. In het bijzonder denkt het HvJ aan artikel 244 CDW. Dit artikel bepaalt – kort gezegd – dat beroep leidt tot betalingsuitstel als twijfel bestaat over de juistheid van de belastingaanslag of als onherstelbare schade dreigt voor de belanghebbende. Aangezien de verwijzende rechter niet heeft vastgesteld onder welke voorwaarden betalingsuitstel wordt verleend, specificeert het HvJ de uitstelvoorwaarden die overeenstemmen met het verdedigingsbeginsel:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/105985db1e119e35d075ae025b43d5b247aedf1c962fd8ec6fa12e858ae8d509. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 105985db1e119e35d075ae025b43d5b247aedf1c962fd8ec6fa12e858ae8d509, en de alinea staat in dat document op bytes 27255 tot 28739.