Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019
Onder 3.39 Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:781.
Dan resteert of dit verzuim gevolgen heeft voor de evenredigheid van de vergrijpboete (mitigatie). De totstandkomingsgeschiedenis van artikel 67f AWR en diens voorganger, artikel 21(1) AWR (oud), is niet eenduidig of de betekenis van dit verzuim daartoe is beperkt (zie onderdelen 3.13 en 3.19). Daarentegen zijn het arrest van 27 november 1985 en dat van 2 november 1994, die beide zijn gewezen onder de vigeur van artikel 21(1) AWR (oud), wél eenduidig: een vooraftrekverzuim is slechts van belang voor de evenredigheid van de verhoging (zie onderdelen 3.20-3.22). Ik meen dat hetzelfde geldt voor de vergrijpboete van artikel 67f AWR (zie onderdelen 3.30 en 3.32). Daaraan doet het arrest van 23 juni 1999 mijns inziens niet af: voor zover dit arrest al zijn belang heeft behouden, laat dit arrest uiteindelijk in het midden of een vooraftrekverzuim een beboetbare gedraging verhindert (of de grondslag vermindert) (zie onderdeel 3.31). Uit Farkas en EN.SA leid ik af dat een 100%-sanctie onevenredig kan zijn wanneer geen rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat de schatkist geen belastinginkomsten heeft gederfd (zie onderdelen 3.35-3.36).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad25a87b7d2f205359d304af1faa9d5946f60a403c424bcad60b297bd0eefac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad25a87b7d2f205359d304af1faa9d5946f60a403c424bcad60b297bd0eefac, en de alinea staat in dat document op bytes 67739 tot 68976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bad25a87b7d2f205359d304af1faa9d5946f60a403c424bcad60b297bd0eefac | shasum -a 256