Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019

Onder 5.2 Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:781.

In onderdeel 3 kom ik tot de slotsom dat een vooraftrekverzuim niet disculpeert: het neemt niet weg dat belanghebbende een beboetbare gedraging heeft begaan. Evenmin reduceert het de boetegrondslag: ook al heeft de dochter de aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting niet afgetrokken, de boetegrondslag voor belanghebbende blijft gelijk aan de opzettelijk onvoldane omzetbelasting. In onderdeel 4 heb ik uiteengezet dat een vooraftrekverzuim (ook) geen rol speelt bij de vraag of te weinig belasting is betaald als bedoeld in artikel 20 AWR, bij de berekening van heffingsrente volgens artikel 30f AWR en bij de vraag of het misdrijf van artikel 69a AWR is begaan. Daarmee moet enkel rekening worden gehouden bij de eventuele mitigatie van de opgelegde vergrijpboete.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad25a87b7d2f205359d304af1faa9d5946f60a403c424bcad60b297bd0eefac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad25a87b7d2f205359d304af1faa9d5946f60a403c424bcad60b297bd0eefac, en de alinea staat in dat document op bytes 82868 tot 83653.