Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:781.

Daarnaast heeft het Hof geoordeeld dat de belasting volgens artikel 37 Wet OB verschuldigd blijft, opnieuw ondanks enige fiscale eenheid. Voor zover de in onderdeel 2.3 bedoelde klacht dit oordeel bestrijdt, lijkt belanghebbende zich te beroepen op herziening van die belasting. In de toelichting op het middel verwijst zij ook naar het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 28 april 2003. Dit besluit is echter ingetrokken. Ik neem dan aan dat belanghebbende heeft willen verwijzen naar het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 6 december 2014 (het besluit van 6 december 2014). Dit besluit is van toepassing sinds 18 december 2014, mede in dan lopende zaken zoals die van belanghebbende. Kortom, ik houd het ervoor dat belanghebbende meent de belasting volgens artikel 37 Wet OB niet langer verschuldigd te zijn na herziening conform het besluit van 6 december 2014. Hierbij ga ik – veronderstellenderwijs – ervan uit dat belanghebbende en de dochter een fiscale eenheid vormen; zo er geen fiscale eenheid is, baat deze stelling haar immers niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad25a87b7d2f205359d304af1faa9d5946f60a403c424bcad60b297bd0eefac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad25a87b7d2f205359d304af1faa9d5946f60a403c424bcad60b297bd0eefac, en de alinea staat in dat document op bytes 19003 tot 20287.