Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:781.

De verschuldigde omzetbelasting wordt – in beginsel – geheven van de ondernemer die een levering van goederen of een dienst verricht in Nederland. De heffing van de verschuldigde belasting vindt plaats door voldoening op aangifte. Hierbij is de verschuldigde omzetbelasting een saldobedrag: het bedrag van de omzetbelasting die de ondernemer is verschuldigd ter zake van door hem verrichte leveringen en diensten, wordt volgens artikel 2 Wet OB verminderd met het bedrag van de omzetbelasting ter zake van aan hem verrichte prestaties. Aldus blijft de in een tijdvak verschuldigde omzetbelasting hetzelfde ongeacht of de afnemer zelf wel of geen aftrek van voorbelasting heeft (toegepast). Díe aftrek van voorbelasting (bij de afnemer) staat los van (de hoogte van) de omzetbelasting die een ondernemer in een tijdvak verschuldigd wordt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad25a87b7d2f205359d304af1faa9d5946f60a403c424bcad60b297bd0eefac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad25a87b7d2f205359d304af1faa9d5946f60a403c424bcad60b297bd0eefac, en de alinea staat in dat document op bytes 33182 tot 34230.