Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2019

Onder 7.12 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:782.

Wordt structureel slechts voor individuele rekening en risico van één persoon belegd, zoals in casu, dan kan van ‘collectieve belegging’ of van belegging ‘voor gemene rekening’ niet worden gesproken, laat staan van ‘open’heid van het fonds. Dan heeft die ene persoon een deel van zijn individuele vermogen afgezonderd zonder daaraan rechtspersoonlijkheid te geven om op een bepaalde manier voor alleen hem belegd te worden. Ik zie niet in waarom dat anders zou zijn als die enige gerechtigde tot het gehele – niet door rechtspersoonlijkheid afgezonderde - fondsvermogen een financiële instelling is die mogelijk op haar beurt (wél) voor een collectief van derden (rekeninghouders) belegt, zoals [Bank] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7793daee87363b9a54fbc54c5b7f8bc6e6c2f0852411d9a3d51d54e100c22d42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7793daee87363b9a54fbc54c5b7f8bc6e6c2f0852411d9a3d51d54e100c22d42, en de alinea staat in dat document op bytes 207020 tot 207790.