Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2019
Onder 7.20 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:782.
Volgens de artikelsgewijze toelichting bij de tweede nota van wijziging bij de Wet Vpb 1969, waarbij het fonds voor gemene rekening in art. 2 Wet Vpb werd opgenomen (zie 4.16 hierboven) moet de al dan niet vrije verhandelbaarheid beoordeeld worden op basis van de feitelijke omstandigheden. Volgens de wetgever moet bijvoorbeeld voorbijgegaan worden aan een statutaire bepaling inhoudende dat bij vervreemding van een participatie de andere deelgerechtigden geacht worden in te stemmen. Daaruit blijkt dat de statuten op zichzelf niet beslissend zijn voor de beoordeling van de verhandelbaarheid van participaties. Kenmerkend voor besloten fondsen is volgens de wetgever (zie 4.17 hierboven) dat de rechtstreekse band tussen deelnemers en belegde waarden blijft bestaan, zonder een jegens derden als zelfstandig orgaan optredende instelling zoals bij open beleggingsfondsen. Voor besloten fondsen voor gemene rekening geldt ‘transparence fiscale,’ aldus verslag van het mondeling overleg over het wetsvoorstel Vpb 1969 (zie 4.18), zodat de participant in een besloten fonds dividenden geniet op het moment waarop het fonds hen ontvangt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7793daee87363b9a54fbc54c5b7f8bc6e6c2f0852411d9a3d51d54e100c22d42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7793daee87363b9a54fbc54c5b7f8bc6e6c2f0852411d9a3d51d54e100c22d42, en de alinea staat in dat document op bytes 215589 tot 216777.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7793daee87363b9a54fbc54c5b7f8bc6e6c2f0852411d9a3d51d54e100c22d42 | shasum -a 256