Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2019
Onder 8.2 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:782.
Antwoord 3: als niet de belanghebbende, maar [Bank] als opbrengstgerechtigde moet worden beschouwd, dan wordt de toegang tot het EU-recht onevenredig bemoeilijkt door art. 60 AWR juncto art. 6:11 Awb anders uit te leggen dan inhoudende dat ofwel belanghebbendes verzoek geacht wordt (mede) namens [Bank] gedaan te zijn, ofwel [Bank] ondanks termijnoverschrijding een nieuwe redelijke termijn krijgt om ofwel te bevestigen dat zij vertegenwoordigd wordt/werd, ofwel alsnog zelf een verzoek in te dienen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7793daee87363b9a54fbc54c5b7f8bc6e6c2f0852411d9a3d51d54e100c22d42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7793daee87363b9a54fbc54c5b7f8bc6e6c2f0852411d9a3d51d54e100c22d42, en de alinea staat in dat document op bytes 248951 tot 249552.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7793daee87363b9a54fbc54c5b7f8bc6e6c2f0852411d9a3d51d54e100c22d42 | shasum -a 256